CANS is de afkorting voor chronische a-specifieke nek- en schouderklachten
Het is de verzamelterm voor diverse pijnklachten in de nek, schouders, armen, polsen en handen, veroorzaakt door een chronische overbelasting. Alleen pijn als gevolg van overbelasting door herhaalde bewegingen en/of door statische houdingen wordt CANS genoemd. Overbelasting veroorzaakt door een 'eenmalige' hoge belasting wordt niet onder de term CANS gevat.
De klachten.
De belangrijkste klacht is pijn, soms ervaart men prikkelingen in de vingers of een doof gevoel. De klachten zijn in aanvang gerelateerd aan het werk en verdwijnen bij rust. Bij verergering zijn de klachten continue aanwezig, er treedt geen of nauwelijks herstel op bij rust.
Werkzaamheden waarbij sprake is van repeterende handelingen, kunnen het risico op CANS vergroten. Dat kan veelvuldig werken aan de computer zijn, maar ook (beroeps)musici of kappers hebben kans op het ontwikkelen van klachten in de nek- schouders, armen of handen.
Cesartherapie bij Cans.
De houding waarin deze werkzaamheden worden uitgevoerd, en de frequentie van handelen, bepalen de belasting op de spieren. Tijdens de behandeling staat het bewust worden van de werkhouding en de manier waarop men bijv. het toetsenbord bedient dan ook centraal, evenals het bewust leren ontspannen. Daarnaast wordt men zich bewust van de fysieke grenzen en hoe deze te respecteren.